zaterdag 27 februari 2010

1 of 99? Over passie…

“Toen vroeg ik of hij de gelijkenis van het verloren schaap kende. Maar het overtuigde hem niet. Hij herhaalde alleen wat hij eerder zei, dat hij zich afvroeg of de overheid zich echt druk moest maken over zo’n kleine groep jeugd. Een paar maanden laten verloor zijn zoon bij een ongeluk één van zijn ogen. Nu is deze onderwijs-bestuurder één van de voorvechters van ‘special needs education’ voor gehandicapte kinderen”.

  image
  Beeld van de strategisch planningsdagen voor de onderwijs-afdeling. Uiterst links Mr. Mwale. In het midden zit Mr. Tauzi.

Aan het woord is Mr. Joel Mwale, één van de medewerkers van de onderwijs-afdeling van onze kerk. Hij is samen met zijn collega Mr. Tauzi verantwoordelijk voor het het beleid voor onderwijs voor kinderen met een handicap. De kerk heeft 5 scholen voor speciaal basisonderwijs voor (bijna) dove en (bijna) blinde kinderen. Het plan is echter om ook op de meer dan 500 gewone basisscholen van de kerk meer aandacht te gaan besteden aan kinderen met een handicap. ‘Inclusive education’ heet dat. Zodat ze niet naar een speciale school hoeven, maar gewoon met hun leeftijdsgenoten uit de buurt naar school kunnen.

Mr. Mwale en Mr. Tauzi kunnen daar zeer gepassioneerd over vertellen. Ook schrijnende verhalen. Over ouders die hun dove kind maar altijd binnenshuis houden. Omdat ze denken dat het ‘stom’ is. Of behekst. Of omdat ze schamen voor de mensen in de buurt. Wat voor leven hebben die kinderen? Geen… Dat is hun motivatie om zonder ophouden na hun pensionering door te werken om een einde te maken aan deze misvattingen. En er voor te zorgen dat deze kinderen volwaardig onderwijs ontvangen

Maar tijdens hun campagnes komen ze ook in contact met overheidsbestuurders die minder begripsvol zijn. Het klopt wat die onderwijsbestuurder zei: volgens de officiële cijfers zijn er ongeveer 70.000 kinderen met een handicap, een fractie van het totaal aantal van 3.6 miljoen kinderen in het basisonderwijs. En de problemen in het basisonderwijs zijn gigantisch: maar 20 van de 100 kinderen maakt de basisschool af. Moeten we ons dan ook nog druk maken over die paar blinde en dove kinderen? Kom nou: laten we nu eerst maar eens ons geld inzetten op verbetering van het onderwijs voor gewone kinderen.

Als je Mr. Mwale en Mr. Tauzi boos wilt krijgen, moet je dát zeggen. En ik denk dat ze daarin de Here Jezus aan hun kant zouden hebben gehad. Vertelde Hij niet het verhaal van het verloren schaap? Dat ene schaap waarvoor de herder alle andere 99 achterliet om het te zoeken? Zo is het in het Koninkrijk van God!

Tijdens de strategische planningsdagen van de onderwijs-afdeling die ik deze week leidde, zetten we met zo’n 30-35 deelnemers opnieuw de lijnen uit voor de beleid van de kerk in de onderwijs-sector. Speciaal onderwijs was één van de punten. We lieten ons meenemen in de passie van Mr. Mwale en Mr. Tauzi. We lieten ons inspireren door de gelijkenis van het verloren schaap. We gaan vol inzetten op verbetering van de mogelijkheden voor speciaal onderwijs.

Het voorbereiden en leiden van deze 4-daagse workshop betekende voor mij werkweken van 80-100 uur. Maar het was de moeite waard. Het is een voorrecht om te werken met mensen die vol passie zijn om te doen wat ze kunnen om het onderwijs in Malawi te verbeteren. Daar offer ik graag wat nachtrust voor op.

  image
  Groepsportret
  image
  In actie bij het leiden van de workshop.
  image
  Luisteren naar elkaars visie
  image
  En hard werken om plannen te maken om die visie te realiseren.

donderdag 25 februari 2010

Afscheid

Reinder en Colinda bevinden zich nu ergens tussen ons en Nederland in. We hebben de afgelopen dagen uitgebreid afscheid van hen genomen. Eerst een lang weekend weg aan het meer. Daar hebben we het erg gezellig gehad en ook erg genoten van het meer en de prachtige omgeving. Martijn hebben we na het weekend bij het meer achtergelaten. Hij leidt daar deze week de strategic planning workshop van de education department.

  IMGP2313
  image
   image
  Genieten van het meer en van elkaar

Op dinsdag middag zouden we nog een afscheids bijeenkomstje houden met wat verpleegkundigen en clinical officers. Maar hoe meer de dinsdag vorderde, hoe groter het feestje werd. Steeds meer mensen kregen inbreng. Uiteindelijk werd het een feest zoals ik hier nog niet eerder heb meegemaakt. Een afscheidsfeest is natuurlijk altijd wel dubbel, omdat je daarna iemand mist. En jammer genoeg nam ook Gryson, één van onze clinical officers afscheid. Er werden veel speeches gehouden, ook door mij, waaruit heel veel waardering sprak. Daarna kregen we chips, koekjes, een flesje drinken en werd er zelfs nog een beetje bewogen op muziek. Voor de sfeer in het ziekenhuis was het erg leuk om een keer zo’n gezellige bijeenkomst te hebben. Deze week merkte ik wel echt dat ik de beide collega’s miste in het ziekenhuis en daarbuiten.

 

IMG_0308

  Een feestje gaat er anders aan toe dan wij gewend zijn. Eigenlijk begon het heel formeel. Reinder, Colinda en Gryson, de clinical officer die ook afscheid nam, moesten vooraan op stoelen zitten en naar de speeches luisteren.
   
  Nog een paar gezinsfoto’s van de afgelopen weken:
   IMGP2227
  IMGP2294
  IMGP2274

maandag 15 februari 2010

Bedankt…

De videocamera stond in de aanslag. Met een grote glimlach ontvingen we de grote donatie: ongeveer 20 dozen vol ziekenhuis materiaal en nog wat grote apparatuur. Voor de ceremonie moest ik nog even bekijken wat voor apparatuur het was. Ik had soms werkelijk geen flauw idee. En soms wel, maar dan was ook wel duidelijk dat we het totaal niet konden gebruiken ofwel omdat het vooroorlogs was ofwel omdat het te high-tech was.  Datzelfde gold voor bijna al het materiaal in de dozen.

Het kwam via een evangelische gemeente hier, die het vanuit Amerika toegezonden had gekregen. De mensen hier dachten dat het om een geweldige donatie ging. Wat dachten de mensen in Amerika. Of hebben die niet nagedacht?

Ik schreef pas al dat geven moeilijk is. Dat geldt nog meer in het groot. We zitten hier niet op afgedankte materialen te wachten. Maar het nieuwste van het nieuwste is ook niet relevant en gaat vaak snel kapot.

Ik moest echt lachen voor de camera. Maar dat was ook wel om het hele toneelstukje. De ziekenhuis administrator (hoogste baas) dacht wel dat het om een mooie donatie ging en bedankte de donors uitvoerig. ‘It will help us to deliver our quality services’. Laten we het hopen.

donderdag 4 februari 2010

Property grabbing

Pas vroeg een collega aan mij of hij een dag vrij kon krijgen. Het voelt eigenlijk gek dat iemand die meer dan twee keer zo oud is als ik mijn toestemming moet vragen voor zoiets. Maar hij legde wel uit waarom.

Een broer van hem is een paar maanden geleden overleden. Deze broer was aardig welvarend. Nu had deze collega nog meer broers, waarvan er één op de stoep van zijn schoonzus stond om de eigendommen van zijn overleden broer op te eisen. Dit is een oud gebruik dat ‘property grabbing’ wordt genoemd. In Malawi is dit overigens verboden, maar het gebeurt toch nog regelmatig. Mijn collega vond het onacceptabel en hij wilde erheen reizen om er een stokje voor te steken.

Dat leek mij een goed idee en hij kreeg zijn dag vrij. Naderhand vertelde hij me dat het in ieder geval tijdelijk was gelukt om zijn broer tot orde te roepen.

Vrouwen en kinderen zijn vaker de dupe van culturele gebruiken. Pas kregen we een kindje in het ziekenhuis dat sinds een maand bij zijn oma verbleef. Hij was in die tijd totaal ondervoed geraakt en ziek geworden. Het wilde niet meer eten, zei men. Waarschijnlijker is dat het gewoon verwaarloosd was. Waarom het bij zijn oma was? Zijn moeder was zwanger van een volgend kindje en dan is het gebruik dat de andere kinderen naar oma gaan. Of die nu eten voor ze heeft of niet. Hartverscheurend, ook voor de moeder.

Als buitenstaander is het misschien wel makkelijk kritiek leveren op dit soort gebruiken. Maar gelukkig merk ik dat collega’s en verpleegkundigen dezelfde verontwaardiging delen. Zo vertelde de matron (verpleegkundig directeur) dat zij toen ze zwanger was van haar tweede echt moeite had gehad om haar moeder te overtuigen dat ze haar kind niet ging achterlaten. Haar moeder is toen uiteindelijk maar naar haar toe gekomen.

Helaas hebben niet alle vrouwen zoveel te zeggen. En juist dat is vaak de dieper liggende oorzaak van veel problemen.

donderdag 28 januari 2010

“Can u sagest aname of my son ?”

“Can u sagest aname of my son ?” Dat sms-je kreeg ik een week of anderhalf geleden. Het berichtje kwam van Richard Chiumia, iemand die we afgelopen tijd geholpen hebben om een bedrijfje op te bouwen. Op tweede kerstdag was zijn tweede kind geboren en nu vroeg hij mij of ik het een naam wilde geven.

Wat doe je dan? En hoe “werkt” dat, cultureel gezien? Wat wordt er verwacht?

Ik heb het nagevraagd bij wat andere Malawianen. Het is hier gebruikelijk om iemand te vragen om een naam te geven. Een beetje vergelijkbaar met ons Nederlandse gebruik om te vernoemen. Maar in plaats van dat je zelf kiest om te vernoemen naar opa, vraag je opa om een naam te geven. Dat kan natuurlijk zijn eigen naam zijn, maar het hoeft niet. Meestal wordt voor het eerste kind de opa van de vaderskant gevraagd, voor het tweede kind één van de oma’s. Dat is traditie, maar net als bij het Nederlandse vernoemen gaan de jongere generaties daar flexibeler mee om.

Maar hoe werkt het naamgeven zelf? Vast niet even een naam terug-sms-en. Navraag leerde dat in ruil voor de eer van het een naam mogen geven, een kleine bijdrage aan de feestvreugde verwacht wordt van de naamgever. Dat kan geld zijn, maar mag ook een cadeau zijn.

Zaterdagmiddag zijn we dus op kraamvisite gegaan. Wandelend met Thomas en Marije. We werden hartelijk ontvangen. Eénmaal binnen realiseerde ik me dat ik niet helemaal genoeg had doorgevraagd vantevoren want ik had geen idee van het ritueel dat bij naamgeving hoort. Dus zaten we even allemaal naar elkaar te kijken. Wat nu? Wie moet wat doen?

Nou ja, dan maar gewoon doen wat me gepast lijkt, bedacht ik me. Toen ik de baby in mijn armen kreeg, heb ik het voor het eerst bij zijn naam genoemd “Moses”. Daarna hebben we met elkaar voor hem gebeden. Een bijzondere ervaring.

De naam Moses leek wel in de smaak te vallen. Volgens Richard was die naam “in high demand”. Dat wisten we niet: we wilden graag een bijbelse naam geven en Moses leek ons wel gepast: een goed voorbeeld en ook nog eens in Afrika geboren. Moses’ zus heet Rachel, ook een bijbelse naam. Dus dat paste goed – onverwacht want we wisten haar naam niet vantevoren.

Een mooie ervaring. Tegelijk ook een ervaring waarin je je weer eens realiseert hoeveel culturele gebruiken en etiquette we nog niet kennen. Het is elke keer weer een verrassing in welke situaties je verzeild raakt en hoe je je dan - voorzichtig proberend en goed kijkend naar de reacties van de mensen om je heen - probeert te redden. Never a dull moment.

  image
  Richard met zijn vrouw en hun kinderen Rachel en Moses.
  image
  Naamgeving
  image
  Na afloop nog even kijken bij de groundnuts en de maïs.

donderdag 21 januari 2010

Geven

Het blijft lastig waar je je grens legt. Niet geven is vaak nog moeilijker dan geven. In ieder geval geeft geven een beter gevoel. Maar wat is wijs?

Vorige week was er weer zo’n dag dat er in het ziekenhuis van verschillende kanten een beroep op me werd gedaan. Naast patiënten zien op de afdelingen, moet er ook nog weer geld geregeld worden voor medicijnen. Ik ben overigens bijzonder blij met de hulp van Colinda Bil uit Delft en met Martha Sommers, de Amerikaanse arts (met meer dan tien jaar ervaring in Malawi). Echt een gebedsverhoring.
Maar vervolgens komen er ook nog andere verzoeken op me af zoals dat er geen licht is op een afdeling, dat er geen papier is om op te schrijven. Volgens mij hoort dat niet bij mijn takenpakket, maar als ik er wat van zeg wordt het sneller geregeld, denkt de verpleegkundige (en het is nog zo ook). En verder raakte het bericht dat onze beste clinical officer zijn ontslag heeft genomen me ook echt.

Tussen de middag kwam ik moe thuis. Thomas en Marije renden op me af, wat natuurlijk erg leuk is. Twee minuten later stond er alweer iemand op de stoep om geld voor een uniform en voor kunstmest te vragen. Ik probeerde duidelijk te maken dat ik dat niet ging geven. En sowieso kwam ze op een heel verkeerd moment. Thomas merkte op: “Sommige mensen willen alles van jullie hebben”. Zo voelt dat inderdaad weleens.

Gelukkig zijn er ook veel dagen dat we veel terugkrijgen. De kunst is om het in balans te houden. Morgen gaan we er in ieder geval gezellig een dagje op uit ter ere van Marije’s verjaardag. Zo ‘tanken’ we ook weer een beetje bij.

donderdag 14 januari 2010

Bescheidenheid

Ik ben deze week aan het lezen in het boek The Next Christendom van Philip Jenkins. Een boek dat je blikveld vergroot en daarmee bescheiden maakt.

Het boek beschrijft de trends in de kerk wereldwijd. Het vestigt er de aandacht op dat alleen in het Westen het christendom afkalft. In de rest van de wereld groeit het aantal christenen gestaag of zelfs onstuimig. Natuurlijk was daar tijdens onze zendingsopleiding – met name op All Nations in Engeland – al aandacht voor. Maar het lezen van dit boek scherpt het beeld behoorlijk aan.

Jenkins laat bijvoorbeeld zien dat in de Westerse beeldvorming de omvang en invloed van de christenheid buiten Europa en Amerika altijd grondig is onderschat. Een voorbeeld uit India. Toen in 1500 de Portugese ontdekkingsreiziger Cabral aan land ging in Zuid-India trof hij daar een gemeenschap aan van zo’n 100.000 zogenaamde “Thomas-christenen”. Deze groep was ontstaan uit missiewerk vanuit Perzië en bestond al vele eeuwen. In de loop van de 16e eeuw werden Roomskatholieke missionarissen – met name Jezuïeten – zeer actief met hun zendingswerk in India. Ze werkten aan het hof van de Islamitische Indiase heersers. Ze bleven ruim 200 jaar aanwezig. Toen William Carey – de pionier van het protestantse zendingswerk in India – daar in 1793 aankwam waren er dus al honderdduizenden christenen in India en waren de Roomskatholieken er al 200 jaar actief geweest.

Dit patroon vinden we in vergelijkbare vorm in al die landen waarvan we nu vaak denken dat er tot voor kort nauwelijks christenen waren: China, Japan, en andere Aziatische landen. Jenkins schrijft dan ook – mijns inziens zeer terecht – over de moderne zendingsbeweging die in de 18e eeuw van de grond kwam: “In veel gevallen, zoals in India, China en grote delen van Afrika, werkten christelijke zendingswerkers dus niet in onontgonnen terrein, maar waren ze feitelijk bezig met het heropenen van eeuwenoude en nog steeds bekende mijnen.” (p.42)

Het maakt bescheiden: de christenheid in de rest van de wereld is veel groter dan die in Europa en bovendien is ze al veel ouder dan we geneigd zijn te denken. Misschien iets om aandacht aan te geven in het godsdienstonderwijs in Nederland.