donderdag 15 oktober 2015

Blessings en Grace. Glimlach en tranen.

Die glimlach zal ik nooit vergeten. De moeder van Vitumbiko straalt. Ze is twee maanden met haar babietje bij ons geweest en mag vandaag naar huis. En ze gaat niet zomaar naar huis, maar krijgt een complete afscheidsceremonie, gewoon spontaan, omdat iedereen zo blij is.

Ze kwam van ver weg, maar omdat het overheidsziekenhuis staakte kwam ze bij ons terecht. Ze is lichamelijk en geestelijk beperkt. Haar eigen moeder heeft haar verlaten en haar vader verzorgt haar. Ze is zwanger geraakt en niemand weet van wie. Ze bevalt van een babietje van net 1 kilo groot. Het leven van het kindje hangt weken aan een zijden draadje. Op een gegeven moment woog het niet meer dan 750 gram. De moeder kan het zelf niet goed verzorgen. Dus deed de opa dat. Heel ongewoon, heel bijzonder. Gelukkig helpen schoonmakers, verpleegkundigen en andere medische staf. Als artsen proberen we te doen wat we kunnen met de beperkte middelen: zuurstof, antibiotica, een sonde en warmte. Iedereen is verwonderd en blij dat het babietje het redt. De opa noemt het Vitumbiko. Blessings. Zegen.

Dan komt de dag dat Vitumbiko met zijn moeder en zijn opa naar huis mag. Vanuit Schotland hebben we een soort rolstoel driewielers gekregen. De moeder lijkt ermee overweg te kunnen en we schenken haar een zo’n driewieler zodat ze meer mobiel kan worden. Als ze wordt thuisgebracht zwaaien we hen allemaal uit. Schoonmakers, verpleegkundigen, artsen en de ziekenhuis directie. De opa bedankt ons hartelijk en geeft spontaan een speech. Na alle weerstand en kwaadsprekerij in de afgelopen jaren heeft hij nu liefde en zorg ervaren: “Ik heb hier Gods zorg en liefde gezien.”

  IMG_4176
  Met zijn allen zwaaien we dankbaar Vitumbiko met zijn moeder en opa (achteraan) uit.

Bijzonder zo’n moment. Met elkaar, als team, kunnen we vieren dat het babietje leeft en de moeder ook weer meer mogelijkheden heeft. Twee kwetsbare mensen. We voelen verbondenheid en dankbaarheid. Een teken van hoop is zo belangrijk als er ook vaak teleurstellingen zijn.

Ook vannacht vergeet ik nooit. Het huilen van de familie snijdt door merg en been. Een moeder, Grace,  bleef maar bloeden na een bevalling. Ze leek een stollingsstoornis te hebben bij een leveraandoening. Het hielp allemaal niet wat we deden en ook het verwijzingsziekenhuis had de juiste middelen niet. We hebben de moeder verloren. Ik voel me verdrietig. Ergens knaagt ook het gevoel of ik iets anders had moeten doen. Lastig dat je als dokter niet iedereen beter kan maken. De verantwoordelijkheid is soms groot. Maar juist als je een jonge moeder van drie kinderen verliest, voel je je machteloosheid extra.

Arts zijn heeft zulke mooie en dankbare momenten. Het is goed die te blijven bedenken als het soms moeilijk is en ik machteloos sta.

maandag 31 augustus 2015

Bemoediging midden in de nacht

In een kring stonden we om haar bed heen. Deze moeder van 26 jaar was al 2 weken ziek en op verschillende momenten zelfs kritisch ziek. We hadden haar zwangerschap moeten afbreken om haarzelf te redden. En nu werd ik midden in de nacht geroepen omdat het helemaal niet goed ging. Ze kon niet meer praten en niet meer bewegen. Ze was duidelijk heel angstig. Het viel me op dat ze me nog wel begreep. Eén kant van haar lichaam kon ze nog wel bewegen. Het leek er sterk op dat ze een beroerte had gekregen. Daar zijn niet echt goede medicijnen voor. Wat we hadden, hebben we haar gegeven. En verder leek het ons goed om te bidden. Samen met de familie en de verpleegkundige stond ik om haar heen. Een oom bad voor haar en wij baden mee. Het was heel bijzonder voor ons allemaal toen bleek dat ze na het gebed haar aangedane arm op kon tillen en weer begon te praten. Het was gelukkig een voorbijgaande beroerte (TIA). En ook al kun je zoiets medisch verklaren, het was toch een wonder. Met elkaar dankten we God. Zo’n zieke jonge moeder gaat me erg aan het hart en ik had al heel vaak aan haar bed gestaan en nog vaker aan haar gedacht. Voor mij was het ook heel bemoedigend om zo Gods aanwezigheid te ervaren. Een kostbaar moment, midden in de nacht.

maandag 27 juli 2015

Wanangwa clinic

Of ik even een momentje had. Terezah, een van de verpleegkundigen, hield me staande in de gang. Die ochtend had een vrouw haar hart bij haar uitgestort. Deze vrouw wist niet goed wat ze met haar man aan moest. Hij was net terug uit Zuid-Afrika en deed steeds heel geheimzinnig. Ze vermoedde dat hij HIV heeft en het niet aan haar wilde vertellen. Wat moest ze doen? Binnenkort zou hij weer terug gaan naar Zuid-Afrika. Hij stuurde haar altijd wel trouw geld wat ze niet kon missen.

Samen met Terezah kwam deze vrouw mijn spreekkamer binnen. Ze vertelde weer in het kort haar verhaal. Wat kan je dan? Deze vrouw kan eigenlijk geen kant op. Behalve naar haar luisteren en een paar vragen en voorzichtige adviezen, konden we haar probleem niet oplossen. Maar ze was wel blij dat ze haar verhaal en vragen bij ons kwijt kon.

Voor zulke vrouwen en mannen bouwen we nu een nieuwe HIV kliniek, de Wanangwa clinic genaamd. We willen ruimte bieden voor mensen om in een veilige omgeving hun verhaal kwijt te kunnen. Om zich te testen op HIV. En natuurlijk de goede behandeling te krijgen om HIV te onderdrukken en gezond te blijven.

  image
De bouwgrond wordt in gereedheid gebracht….
image
….en vervolgens het fundament.
 image
De milieu vriendelijke stenen worden geperst in plaats van gebrand.
Per dag zien we duidelijke vorderingen.
image
image
image
image
image
Side view with roof
Het dak zit erop!
Inspection front
  Een overleg met het bouwteam.
  image
  Vanaf de M1 ziet het er zo uit.

De bouw van de kliniek vordert al goed en het dak zit erop. We zijn dankbaar voor alle steun die binnen is gekomen vanuit Delft, Oud-Beijerland en verschillende stichtingen. We hebben voornamelijk nog geld nodig voor de afwerking en inrichting van het gebouw. Mocht u dit project willen steunen, dan horen we het graag.

dinsdag 30 juni 2015

Weer terug in Ekwendeni

Mooi avondlicht, krekels, een volle sterrenhemel. Maar ook hartelijke begroetingen, de voortgang van de bouw van de HIV kliniek en palliatieve zorg. Na een goed verlof in Nederland zijn we weer terug in Malawi. In het verlof hebben we genoten van de ontmoetingen met familie en vrienden en gemeenteleden. De kinderen hadden het erg naar hun zin op de Prins Maurits school in Delft. Dit verlof hielp ons wel om ons ook weer een beetje op Nederland te gaan richten.

Aan de hand van foto’s weer een impressie van ons leven hier.

  20150616_072553
  Ruth gaat vier ochtenden per week naar Wukani, de Malawiaanse school. Ze heeft het weer goed naar haar zin en maakt al braaf huiswerk.
  20150618_163751
  Thomas en Marije gaan even fulltime naar de Nederlandse school omdat het anders niet lukt om al het werk af te krijgen. ‘s Middags zijn ze wel meestal vrij en spelen veel met Aron, Lucas, Boaz, Patrick, Owen, Wanangwa en Waliko. Hier samen pepernoten bakken. Het is hier tenslotte winter.
   
   
  20150630_163047
  20150619_163822
  20150618_131233
  Ik ben naast het gewone werk in het ziekenhuis ook al weer bezig geweest met de bouw van de HIV kliniek en de tienerclub. Het vordert mooi, hoewel er nog wel veel over vergaderd moet worden en ook de financiën nog niet helemaal rond zijn.
   
   
  20150630_145505 
  Vandaag hadden we een mooi afscheidsfeest van Mr. Gereweta Mkandawire, Mr. George Mwakasungula, Mrs. Kumwenda en nog vele anderen die met pensioen moeten gaan. Een paar mensen hadden meer dan 50 jaar voor het ziekenhuis gewerkt. Wat hebben ze veel veranderingen gezien en veel meegemaakt.
  Het was een voorrecht om met deze enthousiaste mensen samen te mogen werken. Mrs. Kumwenda had geen opleiding genoten en kon geen Engels, maar ze was een voortreffelijke o.k. assistente en ze heeft me vaak geholpen met adviezen met moeilijke keizersneden.
   
   
  20150628_085628
  Het was prachtig om te zien hoe Janet heel levendig het verhaal over Mozes vertelde op de zondagschool. Ze had de volle aandacht van de kinderen met het meegebrachte mandje.
   
  20150621_072706
  Een onverwachte regenbui in het droge seizoen gaf ons een mooie en bemoedigende regenboog. God doet wat Hij belooft, in Malawi, in Nederland.

zaterdag 18 april 2015

"Are you very busy?" - prioriteiten in perspectief

"Are you very busy?" Mama Ellen - onze nanny - kijkt me vragend aan. Het is vrijdagmorgen 8 uur. Ze is net aangekomen om te beginnen met haar werk. Ik heb gisteren een driedaagse workshop afgesloten. En vier weken super-intensieve voorbereiding daarvan. Dus: "No, today I am not so busy." Maar waarom vraag je het?

Dan vertelt ze één van die verhalen waarvan ik telkens weer geschokt raak.
"Vannacht is bij mijn buren een dochtertje van 3 jaar oud overleden."
"Wat erg. Wat is er gebeurd? Was ze ziek?"
"Ze had niet genoeg te eten..." en ze wijst naar haar buik
"Ondervoeding?"
"Ja, ondervoeding..."
"Echt? Was ze dan niet naar het ziekenhuis gegaan?"
"Ja wel, maar daar is ze vannacht overleden."

Later bevestigt Anneke het verhaal als ik het vertel: er was die nacht inderdaad een kindje overleden. Ondervoed. Veel te laat gekomen...

"Kan ik alvast 1000 kwacha van mijn salaris krijgen? Het gezin is zo arm, dat we als buren hebben afgesproken dat iedereen 1000 kwacha bijdraagt."
Ik geef het haar. En draag ook zelf extra bij.
Dan haast ze zich terug naar huis om mee te huilen. Om mee te zingen. Om mee te koken.

En ik begin aan de afwas. In gedachten verzonken. Dat gebeurt dus nog steeds 10 minuten lopen bij ons vandaan! Op de één of andere manier schrijnt het als je zoiets hoort, als je zelf drie dagen om tafel hebt gezeten over de prioriteiten van de kerk, mooie resultaten hebt gehoord van het werk tot nu toe, en prachtige plannen hebt gemaakt. Maar het woord 'armoede' is niet gevallen...

Het zet je aan het denken: Yes, I was very very busy, maar met wat eigenlijk?

We wonen nu al bijna 7 jaar in Ekwendeni. Soms heb je dan het perspectief van anderen nodig om de realiteit van de armoede weer te zien. Een Nederlands echtpaar was een week of wat geleden op bezoek. Ze werkten jaren in Zuid-Afrika en hebben dus heel wat armoede gezien. Toch zeiden ze toen we vroegen wat hen in Malawi opviel: "De extreme armoede..."

Hebben we als kerk nog wel het juiste perspectief op onze prioriteiten? Doen we iets aan armoede? Ik denk er wat langer over na en concludeer: toch wel. Indirect misschien, maar toch wel.

Hoe dan?

Door toegepaste bijbelstudie en verbetering in ons pastoraat.

Allereerst toegepaste bijbelstudie. Dat is onze topprioriteit als kerk. We willen gemeenteleden bij elkaar brengen rondom de bijbel. Op een zeer interactieve manier. Met een focus op toepassing. Echte praktische toepassingen. Dus niet zoiets als: "We moeten anderen liefhebben...", maar: "Laten we bij de oude opa Jere overmorgen het dak gaan repareren, zodat het niet in elkaar zakt bij de eerste regens..."

Als we als kerk onze gemeenteleden helpen om de bijbel serieus nemen en dóen wat we horen en zeggen, dan hoeven we vanuit het ziekenhuis geen programma tegen malnutrition te organiseren. Dan zijn de buren allang in actie. Want ondervoeding gebeurt niet van de één op de andere dag. Dat zie je gebeuren...

Voor de volledigheid: het is natuurlijk niet zo simpel dat een goed functionerende bijbelstudie-groep de ondervoeding van dit meisje had kunnen voorkomen. Natuurlijk speelt ook hier in Malawi dit probleem: wanneer grijp je in als je als omstanders iets ziet fout lopen in een gezin in de buurt? En natuurlijk kan het ook hier zo zijn, dat het gezin van het 3-jarige meisje een geschiedenis met hun buren heeft die verklaart waarom ze afstand hielden: waren de ouders 'lui' in het verbouwen van maïs? Hebben ze misschien gestolen bij de buren, om toch aan eten te komen? Arme mensen zijn echt niet altijd alleen maar zielige slachtoffers...

Maar goed toch: functionerende bijbelstudie-groepen in de wijk kunnen wel helpen om over dit soort vragen na te denken en mensen te motiveren om (toch) tot actie te komen.

Aan oog voor de ander, aan in actie komen, werken we als kerk ook nog op een andere manier: naast bijbelstudie is ook beter pastoraat ook één van de prioriteiten van het strategisch plan van de kerk. Het opzetten van pastorale teams voor het bezoekwerk in de wijk hoort daarbij. En ook een toerustingscursus voor alle ouderlingen en diakenen. Zodat ouderlingen en diakenen systematisch, regelmatig en bekwaam bij alle mensen in hun wijk langs gaan. En niet alleen bij ziekte en overlijden, maar ook 'preventief'. Dan kunnen problemen eerder gesignaleerd en bespreekbaar worden, hopen we.

Ook als het gaat om zulke praktische dingen als ondervoede kinderen. Zodat mensen in de gemeenschap zien dat de kerk en het evangelie niet alleen gaan om mooie, rake kerkdiensten, maar ook over hun zorgen van elke dag. En dan hopen we dat ze de Heer van die kerk en dat evangelie ook gaan volgen.

Daarmee ben ik graag "very busy".

dinsdag 24 februari 2015

Is it good to share?

“Is it good to share you medicines with someone else?” Het grootste gedeelte van de tieners vond van niet en rende naar de ene kant van de ruimte. Een aantal jongeren vond van wel en haastte zich naar de andere kant.

Afgelopen zaterdag hadden we tienerclub met tieners met HIV. Het is zo goed om deze tieners bij elkaar te zien. Op die manier zien ze dat ze niet de enigen zijn die HIV remmers moeten slikken. Het is mooi om Joyce, Isaac en Monica en nog zoveel anderen te zien lachen.

Door middel van een spel probeerden we stellingen neer te zetten waarop de tieners moesten beslissen of het waar of niet waar was en dan moesten ze ofwel naar de kant van “true” of naar de kant van “false” gaan. De meeste vragen waren makkelijk en iedereen had het goed: Je moet elke dag je medicijnen innemen (goed!). Je mag je medicijnen stoppen als je 13 jaar oud bent (fout!). Je medicijnen maken je sterk (goed!). Maar niet iedereen wist of je wel of niet je medicijnen mocht delen. Delen is namelijk iets heel belangrijks. Als jij iets hebt wat een ander niet heeft dan deel je dat. Wij kunnen daar vaak nog veel van leren.

Toch wilden we in dit geval niet dat ze hun HIV remmers met een ander delen. Gelukkig kon de groep die tegen delen was goed uitleggen waarom dat niet mocht: iedereen heeft weer zijn eigen soort medicijnen en die kun je niet zomaar aan een ander geven.

Een andere opmerkelijke vraag die we hadden bedacht was: “Je mag stoppen met je medicijnen als een prophet ( soort gebedsgenezer) voor je bidt”. Dat is namelijk een groot probleem. Veel mensen bezoeken prophets die voor hen bidden en dan beweren dat ze genezen zijn. Vaak met rampzalige gevolgen. Gelukkig wisten de tieners dat ze nooit mochten stoppen met hun medicijnen. Een van de groepsleiders vertelde nog wel dat het heel belangrijk is om te bidden.

Joyce, Isaac, Monica. Eén voor één jongeren met een verhaal en een ziekte waar ze niet zelf voor gekozen hebben. Maar ze zullen er wel hun hele leven mee moeten leven.

maandag 24 november 2014

Aangrijpende ontmoetingen

Zingend werden we ontvangen door een aantal vrijwilligers van palliative care toen we in een klein dorpje aankwamen. Meestal ga ik niet zelf mee op palliative care outreach, maar probeer ik mijn bijdrage te leveren in ons wekelijks teamoverleg. Omdat het nu niet zo druk was in het ziekenhuis lukte het om vandaag mee op pad te gaan met het team. Het was wel weer eens goed om te zien hoe het bij mensen thuis eraan toe gaat.

Zo kwamen we bij een man die al negen jaar op een matras in zijn kamer lag, nadat hij half verlamd was geraakt door tuberculose in zijn rug. “Brengt iemand je af en toe weleens naar buiten?”, vroeg ik hem. “Nee. Nooit.” was zijn reactie. "Uitzichtloos" zouden we dat in Nederland misschien noemen. Het bijzondere was dat deze man helemaal niet klaagde. Hij had geen pijn en hij kon zichzelf op zijn zij rollen. Een jongen die hem verzorgde, zette elke ochtend eten binnen zijn bereik en ging vervolgens naar school. Verder had hij een klein radiootje naast zich en zo kwam hij de dag door. Af en toe werd hij door vrijwilligers in het dorp bezocht. Ik werd daar wel stil van.

Vandaag sprak ik ook een weduwe.  Een jaar geleden is haar man overleden. Ze woont nog steeds met haar kinderen in het huis waar ze met haar man woonde, maar wordt er nauwelijks getolereerd. Ze heeft het gevoel dat de familie van haar man haar liever weg zou willen hebben omdat ze dan het land dat ze verbouwt kunnen inpikken en soms proberen ze dat al. In Malawi komt het zogenaamde property grabbing nog steeds voor, ook al is het nu bij wet verboden. Property grabbing houdt in dat de familie van een overleden man de bezittingen die hij heeft achtergelaten komt opeisen van de achtergebleven vrouw. Zelfs haar kinderen kunnen van haar afgenomen worden.

Gelukkig is dit allemaal niet gebeurd in dit gezin, maar nog steeds merk je dat de weduwe weinig rechten heeft. In Malawi is er een systeem dat de armsten een bon krijgen waarmee ze voor heel weinig geld dure kunstmest kunnen kopen. Als je je eigen mais verbouwt kun je niet zonder deze kostbare kunstmest. Hoewel ze toen haar man nog leefde deze bon voor gesubsidieerde kunstmest kreeg, nu stond haar naam niet meer op de lijst. Ze telde niet meer mee.

Van zulke dingen word ik boos. De bijbel staat vol over hoe het recht van weduwen en wezen wordt vertrapt en dat God dat veroordeelt. Hoe kunnen we als kerk of als gemeenschap tegen zulk onrecht ingaan en juist om weduwen en wezen  heen staan?
Aan het einde van zo’n dag laat ik alles nog eens passeren. Het waren aangrijpende ontmoetingen. Lijden en onrecht komen heel dichtbij. Om stil van te worden of boos van te worden. Wat zou Jezus doen? En wat kan ik doen?