dinsdag 31 januari 2012

‘Heilige gesprekken’

Af en toe laat ik mijn ogen langs de kerkbanken glijden. In mijn ooghoeken zie ik de mannen. Getekende koppen. Grijze haren. In hun nette pak. “This congregation is rich”, zeiden mijn collega’s na afloop. Rijk. Rijk gezegend, met zoveel mensen met levenservaring die zich nog actief willen inzetten voor de kerk. Dankbaarheid en eerbied voor de oudste generaties, dat is hier de regel. Ook al zitten er natuurlijk ook weleens ‘oude zeurpieten’ tussen die altijd ‘teugen’ zijn.

  image
  De mannen
  image
  De vrouwen

In mijn ooghoeken zitten dus de mannen. Schuin voor mij de vrouwen. Kleurrijk als altijd. Als we voor groepsdiscussies naar buiten gaan, zullen velen van hen in hun groepje eerst op de grond gaan zitten. Dat is de gewoonte. De banken zijn in eerste instantie voor de mannen. Hoe ervaren die vrouwen dat eigenlijk? Is het gewoon voor ze, of voelt het als afgedwongen onderdanigheid? Ik moet dat nodig nog eens vragen. Er is altijd meer te ontdekken in een andere cultuur.

Het is dinsdag 24 januari 2012. Ik ben in Chafisi, een kleine gemeente zo’n 150 kilometer ten zuiden van Ekwendeni. We hebben vandaag de startbijeenkomst van één van de belangrijkste programma’s die de komende jaren zullen gaan draaien in de kerk: we willen alle 185 gemeenten in onze kerk helpen zich te bezinnen op wat ze hun prioriteiten willen laten zijn de komende jaren. Noem het “strategische planning”, noem het “beleid maken”, waar het om gaat is dit: “to help the people have a purposeful and meaningful conversation about who they are and what they believe is important to do.”

We begonnen hieraan als uitvloeisel van de visienota en het beleidsplan van de landelijke kerk. Om die visie en plannen handen en voeten te geven ‘at the grassroots’ leek het ons goed om elke gemeente zijn eigen beknopte beleidsplan te laten maken. Bij de uitwerking zochten naar een werkwijze om dat op een niet-technische manier te doen. We zijn immers kerk en niet een willekeurige organisatie. Hoe zorg je ervoor dat beleid en bijbelstudie hand in hand gaan op een betekenisvolle wijze? Hoe vertaal je “technische” termen als ‘vision’, ‘goals’, ‘strategies’, naar een geestelijke context? En, minstens zo belangrijk, hoe vertaal je diezelfde termen in woorden waar gewone kerkleden – vaak zelfvoorzienende boeren – ook iets mee kunnen?

Van september tot december vorig jaar hebben we ons met een groepje van 4 ‘experts’ over die vragen gebogen. Inmiddels zijn we zover dat we kunnen gaan proefdraaien in 3 gemeenten. In de werkwijzes bieden we een mix van bijbelstudie en groepsdiscussies afgewisseld met korte stukken uitleg over te nemen stappen en te gebruiken methodieken. We maken dankbaar gebruik van inzichten uit een boek van het “Alban Institute”: Holy Conversations. De auteurs van dit boek, Gil Rendle en Alice Mann, betogen dat planning vooral ‘conversatie’ is, ‘dialoog’: gesprekken vol verhalen, herinneringen en hoop. En idealiter zijn deze gesprekken ook ‘heilig’ in die zin dat ze gaan hoe mensen hun identiteit als geloofsgemeenschap definiëren. Het mooie van hun benadering is dat ze het proces niet in vaste kaders gieten, niet in een stappenplan: “[Planning] is conversation because it will follow its own unpredictable path. Different from problem solving and decision making that focuses and limits, conversation wanders and explores. It can be structured to have purpose. But conversation cannot be predicted or controlled.”

Kortom, we proberen in de gemeenten ‘heilige gesprekken’ op gang te helpen.

We waren die ochtend vroeg uit Mzuzu vertrokken. Toen we iets over negen uur aankwamen, waren de voorbereiding nog in volle gang. Er werden stoelen gehaald voor de gasten. Banken werden verplaatst en schoolborden klaargezet. In het keukengebouw naast de kerk zag ik vrouwen beginnen met het koken van de middagmaaltijd. Ik begroette mensen, sprak de workshop-agenda nog een keer door met mijn collega’s en maakte wat foto’s van de kerk. Op één van de dakspanten zie ik met krijt de tekst gekalkt: “Khalani chete mu nyumba ya Chiuta”, d.w.z. stil zijn alstublieft in het huis van God. Blijkbaar wordt ook hier de zondagse kerkdienst gebruikt om bij te praten.

Langzaamaan zien we meer mensen binnenkomen. Het is een doordeweekse dag en het blijft bijzonder dat er toch gewoon een algemene kerkenraadsvergadering kan worden gehouden. Dat kan alleen om dat 99% van de mensen eigen baas is. Al is negen uur wel wat vroeg als je eerst nog op je land moet werken en daarna nog vijf tot tien moet lopen. Zo komt het dat we met een stuk of 20 mensen begonnen en eindigden met meer dan 60.

  image
  Voorbereidingen voor de lunch in de keuken naast de kerk.
  image
  Degelijke Malawiaanse fietsen.
  image
  De vergadering begint als een kerkenraadsvergadering en daar wordt altijd gecollecteerd. Voor de laatkomers staat er een offerschaaltje bij de ingang.

De workshop begint als een kerkenraadvergadering onder leiding van de predikant, geflankeerd door twee scriba’s. Dagen als deze zijn altijd een erg goede motivatie voor taalstudie: de hele dag alleen maar Chitumbuka. Na de opening met een korte meditatie en na de introducties van gasten aan de kerkenraad en de kerkenraad aan de gasten, mogen wij als taskforce aan de slag.

We openen met een groepsdiscussie over de huidige situatie van de gemeente. We sturen de aanwezigen in 8 groepen uit elkaar en laten ze vragen beantwoorden over de kerkdienst, pastoraat, bijbelonderwijs, community outreach, financiën, gebouwen, ledenaantallen en leiderschap. Terwijl de groepen met elkaar in gesprek gaan, loop ik wat rond en luister over de schouders mee. Het geven van aanwijzingen laat ik over aan mijn collega’s: daarvoor is mijn woordenschat niet groot genoeg. Het is interessant te zien hoe groepen verschillen in de mate van interactie: in sommige groepen wordt levendig gediscussieerd, in andere lijkt één persoon de antwoorden te dicteren en luisteren anderen beleefd toe.

  image
  Groepsdiscussies buiten
  image
  Presentaties van de resultaten van de besprekingen.
  image
  De projectgroep volgt de besprekingen aandachtig.
   image
  De cijfers over kerkbezoek geven aanleiding tot debat.
  image
  De groep is inmiddels gegroeid tot ruim 60 mensen.

In de groepspresentaties benadrukken we de bedoeling van deze gesprekken: ervoor zorgen dat iedereen weet wat er speelt in de gemeente. Soms wekt de uitkomst verbazing: er wordt bijvoorbeeld driftig gediscussieerd over de aantallen actieve leden (de helft van de ingeschreven leden), en de aantallen echt actieve ambtsdragers (in sommige wijken minder dan de helft). Volgens sommigen klopt er niets van de cijfers die we gevraagd hebben te schatten (“totally useless”). Anderen geven aan dat de inschattingen goed in de buurt zijn van de werkelijkheid. Ze kloppen in elk geval met de gemiddelden die ik in de loop van de jaren in verschillende gemeenten heb gezien: van de ingeschreven leden gaat 50% naar de kerk en van de actieve kerkgangers gaat 50% aan het avondmaal.

We proberen met de discussie over dit soort onderwerpen impliciet een belangrijke boodschap mee te geven: planning gaat niet over gebouwen, maar over bijvoorbeeld net zo sterk over over hoe je ervoor kunt zorgen dat van de 500 leden niet 250 maar 400 of zelfs 500 mensen daadwerkelijk naar de dienst komen. Ik noem dat even – “voor de kijkers thuis” – omdat in de meeste gemeenten het woord “planning” primair de associatie oproept van “bouwen”. Er is namelijk in elke gemeente meestal wel een “Planning & Development committee”, maar die gaat niet over beleid maar over gebouwen. Over de CCAP zelf wordt soms wel eens smalend gezegd dat er meer over gebouwen en projecten wordt gepraat dan over de Bijbel en de Heilige Geest. Eén van de doelstellingen van de ‘holy conversations’ is om daar verandering in te bregen.

De last-minute, in de auto genomen beslissing om te werken met groepsdiscussies en er ook veel tijd voor uit te trekken (al met al duurde de eerste sessie bijna 3 uur) blijkt een goede ingeving, want achteraf gaven mensen aan dat ze de interactieve en onderzoekende benadering enorm waardeerden. “You have opened our eyes already” was één van de reacties.

Ook mijn ogen overigens, onder andere voor het leed dat vaak verborgen blijft. Eén van de vragen was: ”Wat is het gemiddelde inkomen van de gemeenteleden?” Het antwoord verbaast me nog steeds: 30,000 MWK per jaar. 150 euro per jaar! Minder dan een halve euro per dag. Gelukkig hebben ze wel nog hun eigen verbouwde mais, maar als dat er niet zou zijn… Van 30,000 MWK kan ik hier nog geen maand eten kopen. Als ik dat soort dingen hoor, realiseer ik me dat we in Ekwendeni echt in een welvarende ‘bubble’ leven.

Na de lunch pauze (er is rijst en nsima met groente voor ons gekookt), leggen we verder uit welke stappen we verder gaan zetten. We vertellen wat wel doen en vooral ook wat wij niet gaan doen, c.q. wat ze zelf moeten doen.

  image
  Rev. G.S.M. Kumwenda introduceert de bijbelstudie.

We sluiten af met een bijbelstudie in kleine groepen. Daarin brainstormen we met elkaar over bijbelgedeelten die gaan over leiderschap en het werk van de Heilige Geest. Het is opvallend hoe de groepen onafhankelijk van elkaar kiezen voor het bijbelboek Handelingen: telkens  egaat het om de Heilige Geest die mensen vervult om als het ware boven zichzelf uit te stijgen en op ongekende manieren te getuigen over Jezus Die gekruisigd was maar Die opstond uit de dood.

Uiteraard konden we niet vertrekken zonder maaltijd. Wat ik dacht dat de lunch was, bleek slechts een tussendoortje te zijn geweest. Dus zit ik om vier uur ‘s middags aan kip met rijst. Knie aan knie in een kleine pastorie. Met prachtige mensen. Mensen die ernaar uitkijken om volgende stappen te zetten om met elkaar te ontdekken hoe ze verbreding en verdieping kunnen aanbrengen in het werk en leven van hun gemeente. Ik vind het een voorrecht om daar bij betrokken te zijn.

dinsdag 24 januari 2012

Marije 4 jaar!

Afgelopen zondag werd Marije 4 jaar. We vierden het in twee etappes. Eerst op zondagochtend uit de kerk met heel veel Nederlanders. De familie Visser is inmiddels veilig aangekomen. Aron Visser is op dezelfde dag jarig als Marije. Hij werd 7. Anneke had een duo-verjaardagstaart voor hen gemaakt. Hieronder een indruk van het eerste feestje.

  image
  Taart uitblazen.
  image
  Gezellig koffiedrinken
  image
  Cadeautjes uitpakken
  image
  Maartje (nicht van Anneke, geneeskunde-student, is een paar weken in Ekwendeni op bezoek) leest Thomas en Marije voor uit het boek dat Marije voor haar verjaardag kreeg.
  image
  Zondagmiddag-wandeling met alle Nederlanders
  image
  Marije belt met de oma’s en opa’s

Op maandag had Marije twee vriendinnetjes van school uitgenodigd: Tusaiwe en Nina. En natuurlijk waren Neelke, Aron en Lukas ook van de partij. Weer taart met kaarsjes, koekjes versieren, zevenmijlslaarzen-race en gewoon lekker spelen in de tuin. Iedereen genoot.

  image
  Tusaiwe, Nina, Marije (in prinsesse-verkleed-jurk)
  image
  Anneke had weer een mooie taart gemaakt.
  image
  Bowlen
  image
  Koekjes versieren
  image
  Neelke in de zevenmijlslaarzenrace
  image
  The boys

Inmiddels zijn Tjerk en Marieke en hun kinderen samen met juf Rianne aangekomen. Ik heb ze vrijdag van Lilongwe Airport opgehaald. Ik had een karretje geregeld en dat bleek heel handig want de hoeveelheid koffers en tassen was wel wat veel geweest, zelfs voor de bagageruimte van twee auto’s. In elk geval was alle bagage goed aangekomen en Tjerk had alles zonder veel moeite door de douane gekregen.

  image
  Toen ik bij de airport aankwam was het vliegtuig van Tjerk en Marieke al aan het landen.
  image
  Neelke en Aron stappen als eerste op Malawiaanse bodem
  image
  Onderweg naar Ekwendeni

We zijn direct doorgereden naar Ekwendeni. Een lange rit, zeker als je al zo lang onderweg bent. Maar de reis verliep zonder problemen.

Rond 6 uur ‘s avonds kwamen we in Ekwendeni aan. Daar hebben ze bij ons gegeten – ons huis tot de laatste stoel bezet. Ze konden helaas niet direct in hun eigen huis omdat het ondanks onze druk en inspanningen niet gelukt was om alle reparatie- en verfwerkzaamheden op tijd af te krijgen. Ze verblijven dus tot nu toe in het guesthouse van de kerk. Niet ideaal, maar het is maar voor een paar dagen, want we hebben goede hoop dat ze morgen naar hun eigen plek kunnen. De meeste spullen staan daarvoor inmiddels al op hun plek. Het is voor hen een intensieve tijd: wennen aan een nieuwe plek met nieuwe mensen, nieuwe manieren van leven. Dat kost veel energie. We herinneren ons nog onze eigen begintijd in het guesthouse… En doen dus ons best om hen te helpen zo snel mogelijk hun eigen plek te hebben zodat ze kunnen beginnen echt een thuis te maken.

dinsdag 17 januari 2012

Malaria seizoen

Net toen ik vandaag wilde beginnen kwam één van de werkers van de OPD (polikliniek) met een moeder en kind aangelopen. Hij had het meisje uit de rij gehaald omdat het zo zwak was. En terecht. Ze had geen enkele kleur meer, was koud en ademde nauwelijks meer. In een paar minuten tijd hebben we haar zuurstof gegeven, bloed afgenomen zodat de bloedgroep bekend was, de oma naar het lab gestuurd zodat ze bloed kon geven. Daarnaast hebben we suiker gegeven door het infuus en quinine. Na ongeveer een half uur kwam de oma terug met een zakje bloed. Net op tijd gelukkig.

Het malaria seizoen is in alle heftigheid losgebarsten. Op de kinderafdeling is dit het zwaarste merkbaar: iedere dag tussen de 10 en 20 nieuwe opnames, waardoor we rond de 40 kinderen op de afdeling hebben. Samen met een clinical officer loop ik er visite. Hij ziet de meeste kinderen met gewone malaria, waarvan er gelukkig weer veel naar huis kunnen. Ik zie de kinderen met meer gecompliceerde malaria: kinderen met ernstige bloedarmoede (omgerekend naar Nederland soms een Hb van 2!), met hersenmalaria of met een lage bloedsuiker.

Het is soms lastig visite lopen als allerlei dingen niet voorradig zijn: vandaag waren er geen Hb testen (en vaar je op de kleur van het kind), suikertesten waren bijna op, en handschoenen waren schaars. En toch kunnen we nog wel een heleboel doen. Gelukkig overlijden er minder dan 2 % van de kinderen met malaria.

Maar vorige week hadden we precies die 2 % in één middag: drie kinderen overleden onder mijn handen. Zij waren niet op tijd gekomen of niet op tijd uit de rij geplukt. Op verschillende manieren was er vertraging ontstaan. Nog van alles geprobeerd maar het was gewoon te laat. Het was te veel ellende om direct door te laten dringen.

Het beste zou het zijn als we dit kunnen voorkomen: muskieten netten, sprayen van huizen. Er bestaan wel programma’s maar helaas lopen die altijd maar te kort. Iets om opnieuw aandacht te krijgen.  

maandag 5 december 2011

Beeldverslag laatste paar weken & Sinterklaas

Nog wat foto’s van ons gezin van de afgelopen tijd.

  image
  Marije krijgt ook al huiswerk van school: memory verse
  image
   image
  Ruth werd te groot voor haar wiegje, dus die is nu naar een groter bed verhuisd.
  image
  En Thomas en Marije zijn samen op één kamer in een stapelbed gegaan.
  image
  Afgelopen zaterdag vierden we sinterklaas met een ander Nederlands gezin uit Rumphi en 2 Nederlandse geneeskundestudenten. Gewoon buiten in de tuin onder een strak blauwe hemel, met zelfgemaakte en geïmporteerde pepernoten. ‘s Avonds wel stamppot boerenkool met worst gegeten om een beetje in de winterstemming te komen.
  image image
  Thomas mocht oefenen cadeautjes door de schoorsteen te gooien.
   image
  Marije mocht uiteraard ook, maar koos – geheel in eigen stijl - een chinees pak uit de verkleedkleren in plaats van een zwarte-pietenpak
  image
  Met Ruth gaat het goed. Op de grond is niets meer voor haar veilig.
  image
  image
  image
  image
  Het weekend na 16 november vierden we ons 10-jarig huwelijk met een weekendje aan het meer.
  image
  image
  image
  image
  Zondagmiddag-wandeling

vrijdag 2 december 2011

World AIDS Day: volhouden!

Op de één of andere manier heb ik het gevoel dat de afgelopen tijd de aandacht voor HIV&AIDS aan het verminderen is. Ik kan er niet precies de vinger op leggen, maar er lijkt een soort gevoel van “dat weten we nu wel” te ontstaan. Misschien projecteer ik mijn eigen gevoel op anderen en klopt het helemaal niet met de werkelijkheid.

  image
  Een groep vrouwen met HIV zingt en danst tijdens Wereld AIDS dag.

Het nieuws over HIV&AIDS heeft twee kanten. Enerzijds is er het beeld van successen: minder nieuwe infecties per jaar en minder doden door AIDS. Dat wekt de indruk: AIDS is op zijn retour.Anderzijds komt er (daardoor? en door de global financial crisis) wereldwijd minder geld beschikbaar voor HIV&AIDS. En dat is gevaarlijk omdat het huidige succes gebouwd is op een fundament van gratis medicijnen. Gratis voor de HIV-patiënten welteverstaan. Maar niet voor de gemeenschap wereldwijd. En aangezien medicijnen levenslang gebruikt moeten worden, is het belangrijk dat er ook financiering is voor de lange termijn. “Volhouden” is dus het motto.

Bovendien zijn er weliswaar successen, maar het aantal nieuwe infecties per jaar is nog steeds niet nul. En het aantal doden is nog steeds niet nul. En de discriminatie is nog steeds niet nul. En ‘getting to zero’ in alle drie deze gebieden is de nieuwe doelstelling van het wereldwijde HIV&AIDS beleid.

Die doelstellingen vergen volhouden van wat is begonnen. Feit is dat bijna iedereen in Malawi nu wel weet dat HIV bestaat en gevaarlijk is. Feit is ook dat zonder gedragsverandering het aantal nieuwe infecties per jaar niet had kunnen dalen. Er is dus wel wat gebeurd de afgelopen jaren. Maar feit is ook dat er nog heel veel te winnen is: gisteren hoorde ik dat maar liefst 50% van de mensen met HIV nog niet weet dat ze het hebben. Omdat ze zich niet hebben laten testen.

  image
  Tijdens de Wereld AIDS dag viering in Ekwendeni stond er een mobiele unit waar je kon laten testen op HIV. Voor veel mensen is een mobiele unit aantrekkelijk omdat ze het gevoel hebben dat ze dan anoniemer zijn dan in het ziekenhuis. Overigens zag ik alleen vrouwen in de rij staan…
Nog een anecdote. Ik zag een vrouw terugkomen uit de unit met een poster. Ze kwam in de rij naast me zitten. Ze liet de vrouw naast haar de poster zien ze had gekregen na de test. 5 minuten laten zag ik ook haar buurvrouw naar de mobiele unit lopen. Wat motiveert mensen om zich te laten testen? Het zal een complexe mix zijn…

Het is dus nodig om vol te houden. Doorgaan met wat goed is en vernieuwen waar nodig. De kerk speelt een belangrijke rol in het werk om HIV-infecties te voorkomen en HIV-patiënten in leven te houden. Maar onze HIV&AIDS-afdeling krijgt in de praktijk steeds minder geld om projecten uit te voeren. De bestaande donoren, nationaal en internationaal, trekken zich terug. Dat baart zorgen. Want zonder projecten is het moeilijk om de opgebouwde expertise en netwerken van duizenden vrijwilligers vast te houden.

Gelukkig kan het ziekenhuis in Ekwendeni nog wel doorgaan met het uitbreiden van het aantal patiënten dat HIV-medicijnen kan krijgen. Anneke is daar actief bij betrokken. Maar zoals gezegd: die medicijnen zijn alleen beschikbaar dankzij internationale hulp. Als die hulp stopt, stopt ook de medicatie en lopen patiënten grote risico’s. Volhouden dus in Europa en de VS!

Overigens: Malawi probeert natuurlijk ook zelf bij te dragen aan de financiering. Een parlementslid heeft bijvoorbeeld voorgesteld om alcohol extra te belasten en de opbrengsten daarvan te gebruiken voor HIV-programma’s. Ik heb nog niet gehoord of het is aangenomen, maar een goed idee is het wel.

Wereld AIDS dag is jaarlijks een belangrijk moment om de aandacht voor HIV&AIDS vast te houden. Voor Malawi vond de landelijke viering van de Wereld AIDS dag dit jaar plaats in Ekwendeni. Hieronder een beeldverslag.

  image
  Meer dan duizend mensen bezochten de landelijke Wereld AIDS dag viering in Ekwendeni. Genodigden mogen onder tenten zitten.
  image
  De rest zit op het middenterrein of staat eromheen. Op de voorgrond de meiden van de middelbare meisjesschool van de kerk die vrij hadden gekregen om erbij te kunnen zijn.
  image
  image
  Een programma vol speeches van en voor hoogwaardigheidsbekleders.
  image
  Maar ook zingende en marcherende schoolkinderen (van de basisschool!)
  image
  De minister van gezondheidszorg was er ook. Hier wordt ze geinterviewd door de Malawiaanse tv.