vrijdag 28 augustus 2009

“Omdat ik heel erg van grote kazen hou…”

Het is vrijdagavond. Heerlijk dat het weekend is. Vorig weekend had ik dienst, en moest Martijn er nog opuit met de Youth afdeling. Nu genieten we extra van even rust. We kijken terug op een afwisselende week.

Thomas mist Hanne, Pieter en Maria en zoekt nu een ander vriendje. Vanavond, terwijl hij net ons laatste stukje kaas opsmikkelde, riep hij hard dat hij nú naar Nederland wilde. ‘Waarom dan?’ vroegen we. ‘Omdat ik heel erg van grote kazen hou, en hagelslag en een witte bank.’ Marije loopt steeds parmantig rond en wil mij nu ook ‘s morgens wegbrengen. Als ze terug moet stribbelt ze erg tegen...

Een beetje als verrassing kwam er deze week een taaldocente langs van wie we elke dag twee uur les konden krijgen in Chitumbuka. Het leek ons goed om dat te doen om ons taalniveau, met name in het spreken, wat op te krikken. We genoten er weer erg van. De grote stap blijft ´just do it´: met de woorden en grammatica die we kennen daadwerkelijk gesprekken helemaal in Tumbuka te voeren in plaats van naar Engels over te gaan als het lastig wordt (of niet snel genoeg gaat naar onze zin).

Deze laaste weken hadden we genoeg clinical officers. Zij liepen visite op de afdelingen en ik zag met name de ‘moeilijke’ patienten. Leuk om zo bij veel afdelingen betrokken te zijn. Maar soms blijft het ook frustrerend dat je maar weinig kunt doen wat betreft diagnostiek of behandeling.

Wat me deze week erg raakte was een meisje met hondsdolheid. Ze was een aantal weken geleden gebeten door een hond en begon nu vreemd gedrag te vertonen. Even dachten we nog dat ze opknapte op antibiotica en dat het geen hondsdolheid was. Maar jammergenoeg was dat het wel. Woensdagochtend heb ik samen met een clinical officer een tijd bij de moeder met het zieke meisje gezeten en gepraat. Het meisje was erg onrustig en was zichzelf aan het bijten. Vreselijk om te zien. We besloten haar met medicijnen in slaap te houden. Toen ik aan het begin van de middag terugkwam op de afdeling, bleek ze te zijn overleden. Wat een vreselijke ziekte.

woensdag 19 augustus 2009

We pakken de draad weer op

Deze maandag hebben we afscheid genomen van onze (schoon)zus en zwager, Huibke en Herman ten Hove en hun kinderen. Het was heel leuk om hen hier in Ekwendeni op bezoek te hebben. Het was bijzonder om ervaringen te kunnen delen en ons werk te laten zien. Zij zijn via Zuid-Malawi onderweg terug naar hun plek in Zimbabwe. Thomas en Marije genoten van hun neefje en nichtjes. Het was heel leuk om hen samen te zien spelen.

  image
  Familieportret net voor het vertrek van Annekes ouders.
  image
  Marije speelt met Maria in het zand.
  image
  Thomas en Pieter op hun motors achter ons huis.

De afgelopen weken waren erg intensief qua bezoek van Nederlanders: Arie van der Poel (onze GZB-regiocoördinator) en zijn gezin, Annekes ouders, Sifra de Reus (die 4 weken als vrijwilliger op de kinderafdeling werkte), Huibke en Herman, Reinder en Colinda Bil (die hier voor een half jaar komen werken). Het waren hele leuke ontmoetingen, maar zorg voor gasten en gezellige avonden zorgden ook voor het nodige achterstallig onderhoud in werk en administratie. Kortom, dat komt nu weer in alle hevigheid op ons af.

Anneke is nu ‘gewoon’ weer aan het werk in het ziekenhuis. Thomas is hersteld van zijn bacteriële infectie. Marije loopt weg van huis als we haar even uit het oog verliezen.

Ik (Martijn) ben deze week druk aan de slag gegaan met een survey onder de jeugd van de kerk. Met een groep van 5 mensen interviewen we 270 jongeren en 45 ouders/jeugdleiders verspreid over 9 gemeenten in het hele noorden van Malawi. De uitkomsten van deze interviews zullen worden gebruikt om in oktober een nieuw strategisch plan te maken voor de jeugd-afdeling van de kerk. We willen daarvoor graag weten wat de wensen en behoeften van de jeugd zijn.

  image
  Uitleg voorafgaand aan de interviews.
  image
  Interview in volle gang.
  image
  Ter bewijs dat ik er echt ook bij was.

De afgelopen 2 dagen zijn we in 4 gemeenten geweest. Het was bijzonder om te zien hoe sterk deze gemeenten van elkaar verschillen, qua jeugd, leiders en qua soort problemen die er spelen. Het zal nog lastig worden om daar een duidelijk beeld uit te destilleren. Overigens kwam uit de interviews die ik zelf deed al wel een bevestiging naar voren van het werk dat ik afgelopen half jaar deed voor de HIV&AIDS afdeling van de kerk: de jeugd weet prima wat de gevaren van AIDS zijn, maar gaan desondanks gewoon door met risicovol gedrag. Wat me met name raakte was dat heel veel ouders op de vraag “What is your main worry for your children?” aangaven dat ze erg bezorgd waren dat hun kinderen geïnfecteerd zouden raken met het virus.

Wat in alle 4 de gemeenten hetzelfde was, was de hartelijke ontvangst in de pastorieën. Op zich hadden we een heel strak schema (even terzijde: niet door mij bedacht), met nauwelijks tijd voor lunch. Maar we konden nergens weggaan zonder uitgebreid te hebben gegeten. En ‘s avonds sliepen we in de meer dan 100 jaar oude pastorie in Embangweni, in kamers waar ook de Schotse zendelingen nog hebben rondgelopen. Al met al een ervaring om niet snel te vergeten.

  image
  De pastorie in Embangweni, gebouwd in 1905 voor en door de Schotse zendelingen.
  image
  Onze slaapkamer in de pastorie.